Uit den Ouden Doos 22-12-2015

Provinciale Drentsche en Asser courant
04-04-1857

Zwiggelte, 1 April. Uit Steenwijkerwold wordt berigt in no. 39 van de Provinciale Drenlsche en Asser Courant. dat aldaar het vee reeds in de weide wordt gebragt; van hier kunnen wij het tegendeel melden. Door den hoogen waterstand van het Oranje-kanaal slaan de .meeste onzer weilanden onder water en zijn als in eene zee herschapen, zoodat het vooruitzigt voor den veehouder alhier zeer treurig is.


Provinciale Drentsche en Asser courant
12-12-1857

ZWIGGELTE. 7 Dec. Overal hoort men klagen ove den lagen waterstand, en, als men zich de voorspellinge en schrikbeelden nog kan herinneren, die er geopperd werden, dat er namelijk in het Oranjekanaal geen water te houden zou zijn, zoo moet men zich thans te meer verwonderen, dat dit kanaal in deze droogte, overvloed van water oplevert; en zoude zonder dit kanaal de hoofdvaart te Smilde niet reeds lang onbevaarbaar zijn geweest? Zoude het nut van het Oranje-kanaal door hen, die het niet schenen te kunnen begrijpen, thans niet gevoeld worden. Zoude men als men de duurte der gronden op Schoonoord en elders in aanmerking neemt, nog kunnen twijfelen aan de goede zaak der Maatschappij? Is men aan de bekwaamheden en doorzetting van den heer Klijn niet allen dank verschuldigd?


Provinciale Drentsche en Asser courant
02-09-1858

Beilen, 30 Aug. Als eene zeldzaamheid is ons medegedeeld. dat een zwerm van den bijenhouder G. Heeling te Zwiggelte, staande bij Nieuw-Dordrecht. gemeente Emmen, nog geen 20 dagen oud, eene zwaarte van wel 80 halve Nederlandsche ponden had gekregen; Het gewin der bijen moet aldaar gunstig zijn


Provinciale Drentsche en Asser courant
24-05-1860

Op 1 Mei jl. beslond het heir schapen te Zwiggelte. uit 1826 en dat der lammeren of jonge schapen uit 887. alzoo te zamen uit 2713 koppen, die onder het commando staan van één chef met zijn trouwen hond als adjudant.


Provinciale Drentsche en Asser courant
17-10-1861

Zwiggelte, 15 Oct- In den tuin van den schoenmaker Anne Beenhof alhier, is eene monsterknol gegroeid, die eene lengte heeft van bijna eene halve Nederlandsche el, hebbende eene «waarde van ruim zes halve Nederlandscbë ponden. Deze knol wordt door vele liefhebbers natuurvoortbrengselen bezien. In dit gehucht bevindt zich een schaapherder J.P. genaamd, die de zeldzame gewoonte heeft, om zijne kudde ‘s avonds laat of liever ‘s nachts te laten grazen; het schijnt, dat de man de duisternis liever heeft dan het licht, ‘t welk tot geen vermaak der ingezetenen is, dié soms bijna halve nachteh met ongeduld moeten wachten op zijne tehuiskomst.


Provinciale Drentsche en Asser courant
22-10-1861

INGEZONDEN STUKKEN.
Mijnheer de Redacteur!
Vergun het onderstaande een plaatsje in UEd. Blad. ln het nommer 123 dezer Courant komt een berigt voor uit Zwiggelte, betreffende de late te huis komst van den schaapherder J. P. Dit berigt is verre beneden de waarheid, daar hij nog niet éénmaal na tien uur ons dorp is binnengekomen. ‘t Is ook al geen wonder, dat het somwijlen eens wat laat werd, daar hij door het schoone weder wordt uitgelokt, en wel eens wat heel ver het veld intrekt, om goede weide voor zijne kudde te zoeken; zoodoende komt bij niet altoos met het vallen van den avond in ons dorp aan, maar is dan ook niet meer ver af: de schaapherder J. P. is ook niet in staat, om met zijn leger van anderhalf duizend zoo spoedig een eind wegs te vorderen, als de onderwijzer van ons dorp met zijn 3 a 4 leerlingen, die hij somwijlen in school beeft. De schrijver van dat artikel zegt, dat J. P. de duisternis liever heefl dan het licht. ‘t is leugentaal. want bij heldermaan toeft hij wel eens wat lang, maar bij de donkerheid keert hjj bij tijds terug. De schrijver zegt, dat het tot geen vermaak der ingezetenen is. ‘t Is leugentaal, want elk weldenkend ingezetene van ons gehucht prijst hem en roemt zjjn werk; de schrijver wordt verzocht, om naderhand de zaak beter ie onderzoeken, ten einde waarheid te schrijven , in plaats van leugentaal openbaar te maken en een mensch van zijn goeden naam te berooven. Punctum* Zwiggelte, 20 Oct. 1861.


Provinciale Drentsche en Asser courant
04-05-1867

Zwiggelte, 1 Mei. Gistere had alhier een schandaal plaats. Eenige jongelieden van het naburige G. haalden van hier een meyer. Nadat zy aldaar wel gegeten en gedronken hadden, gingen zij de ronde doen, om zoo als ze zeiden het schoone geslacht eens te zien. Maar in plaats daarvan hebben ze de hoendernesten nagezien en de eijeren medegenomen, die ze in eene herberg hebben laten koken. Zulke grappen zyn toch waarlyk niet te pryzen, maar verdienen ieders afkeuring.


Provinciale Drentsche en Asser courant
11-05-1867

Mijnheer de Redacteur! In de Courant vau 4 Mei las ik het berigt uit Zwiggelte omtrent de schandalen, die daar hebben plaals gehad by het meijer halen. Schryver dezes voelt zich gedrongen, om ‘t publiek omtrent de zaak beter in te lichten. Zeker zou men het de jongelieden niet zoo kwalijk hebben genomen wanneer men bedacht had. dat men voor een paar jaren hen daarin had voorgegaan, ‘t Verwonderde mij nog al eenigzins. Dat men uit Z. over schandalen durft schrijven waartoe de sterke drank aanleiding geeft, te meer daar wij van nabij hebben vernomen, hoe het daar dikwijls bij zulke gelegenheden toegaat, zelfs zoo, dat de tafels door de joelende menigte omver worden geworpen en men in zulk een beschonken toestand huiswaarts keert, dat men niet zyn eigen huis kan wedervinden, maar bij een ander te bed gaat, zonder te bemerken dat men verkeerd is, voor dat men des morgens half dronken en half nuchteren ontwaakt. Nadat de jongelieden Z. eens hadden rondgekeken en een enkele de school had bezocht, welke tot hunne verbazing in zulk een groot gehucht slechts door 7 kinderen en den onderwijzer bezocht werd, hadden zij besloten om naar ‘t huis van genoemden Meijer B. terug te keeren en zich voor de reis huiswaarts gereed temaken, maar verbeeld U de groote teleurstelling der jongens, of laat ik liever zeggen boeren , toen zy vernamen, dat de paardegereiden , welke door ieder waar hy de paarden had gestald voor de schuur waren nedergelegd, geheel spoorloos waren verdwenen en door wie waren die goederen weggenomen ? Ik zal ‘t U zeggen, door een aanial meisjes, die daar waren uitgenoodigd, om ‘t huis schoon te maken. En hoe zijn ze weer in ‘t bezit gekomen van hun eigen goed? Door lang zoeken in schuur en stal. in kamer en kelder, zijn ze er in geslaagd het weder meester te worden, behalve een paar hoofdstellen , die men niet konde opsporen, zoodat de eigenaar genoodzaakt was die te leenen. maar eensklaps zich bedenkende, neemt hij een halster, pakt een der meisjes aan om haar op den wagen te binden en ziedaar, dat scheen le helpen, dadelijk was zy gereed om hem de hoofdstellen aan te wijzen, welke geborgen waren in een oven. Nu was alles in gereedheid gebragt, om B. naar de bestemde woning over le brengen, ‘t geen dan ook werkelijk zonder meerdere sloornis gebeurde. De gebruikelijke bijeenkomst des avonds had vrolijk plaats, tot dat ieder tegen 11 uur huiswaarts keerde en niemand door misbruik van sterke drank onwetend nachtlogies bij een ander zocht. Hoe noemt men zulke handelingen?


Provinciale Drentsche en Asser courant
23-06-1868

Westerbork, 20 Junij. In den nacht van den 17 op den 18 dezer zjjn den landbouwer D. Wiggering te Zwiggelte eene partij aardappelen uit een kelder ontvreemd. Do dief of dieven hebben het slot van den kelder gebroken en zich alzoo den toegang geopend, ‘t Ware te wenschen dat men de daders eens ontdekte, te meer daar er reeds herhaalde malen pogingen tot inbraak bij andere ingezetenen aldaar zijn gedaan, die telkens verhinderd zyn.


Provinciale Drentsche en Asser courant
03-12-1868

Advertentie
Op Zaturdag den 5 Dec. e.k., des voordemiddags om 10 uur, ten huize van JACOB WOLTING te .Zwiggelte, gem. Westerbork, zullen, ten overstaan vau Mr. J. T. KIJMMELL, Notaris te Westerbork, ten vorzoeke van ALBERT ARENDS en broeders , publiek worden geveild:
Een Huls, Erf en Hof, 15 mudden Bouwland, 6 Koeijen Welde, 3 a vier dagwerken Hooiland, eenige percoelen Binnengrond en pl. m. 20 bunders Heidegrond, — alles gelegen te Zwiggelte, gem. voornoemd.
Westerbork, 29 Nov. 1868.


Provinciale Drentsche en Asser courant
17-12-1868

Westerbork, 12 Dec. In het naburig Zwiggelte heerscht de kinkhoest onder de kinderen in een ergen graad. Vooral de kleintjes lijden er zeer aan en bezwijken door de hevige aanvallen der ziekte.


Provinciale Drentsche en Asser courant
29-04-1869

Westerbork, 27 April. Gisteren heelt men tusschen Elp en Scboonloo gevonden het lijk van M. Wagenaar, dienstknecht van J. Knechtering te Zwiggelte. Zondagmorgen was hij uitgegaan, zeggende dat hij zijne zuster te Schoonloo wilde bezoeken. Men denkt, dat hy door zelfmoord een einde aan zijn leven heeft gemaakt, daar zyn polsader doorgesneden was. Wat de oorzaak van deze wanhopige daad is, weet men niet met zekerheid. Hy was hier als een braaf en oppassend jongmensch bekend.


De wekker; weekblad voor onderwijs en schoolwezen jrg 31, 1874, no 66, 19-08-1874
19-08-1874

Ontslag, overlijden, sollicitatiën, voordracht en benoemingen.

De algemeen geachte hoofdonderwijzer van Zwiggelte, de heer J. Bonkes, heeft voor eenige dagen door een noodlottig toeval, tot groote smart der zijnen, de gemeente waarbij hij arbeidde en zijne vrienden, den dood gevonden.


Algemeen Handelsblad
24-08-1874

Onderwijs.
Aan de school te Zwiggelte, prov. Drenthe, wordt gevraagd een hoofd- of hulponderwijzer, op eene jaarwedde van ƒ 280, benevens ƒ 25 voor ‘t gemis van woning.


De grondwet
01-09-1874

ZWIGGELTE, 12 Aug. De heer J. Bonker, onderwijzer alhier, zou vrijdag namiddag met zijn zwager door den zoon van kastelein Faber te Halfweg bij Vries met rijtuig naar Groningen gebragt worden. Nog niet lang waren zij op weg, toen het paard op hol raakte. De heer Bonker viel uit het rijtuig, raakte onder de wielen en werd zoo zwaar gekwetst, dat hij de volgenden morgen overleden is.


Meer uit den ouden doos >